Vitesse en de internationals 1894-1950

Vitesse en de internationals 1894-1950

1894-1950 l 1951-2000 l 2001-2050

Nog voordat het Nederlands Elftal bestond, en slechts vijf jaar na de oprichting van Vitesse, leverde de club al een speler aan een vertegenwoordigend team. Dit was het zogenaamde bondselftal, de voorloper van het latere Oranje. Genoemd team trad tussen 1894 en 1906 namens de N.V. en A.B. (Nederlandschen Voetbal- en Athletiekbond, en sinds september 1895, zonder atletiek de N.V.B. genoemd) aan tegen allerlei internationale tegenstanders en was opgebouwd uit spelers van verschillende clubs.

Ondanks dat de gegevens uit deze periode niet erg betrouwbaar zijn is in iedergeval bekend dat J.H. (Harry) Roqué de eerste Vitessenaar was die in het bondselftal uitkwam, in 1897. Het toenmalige team verloor in Heemstede met ruime cijfers (6-2) van The English Wanderers. Drie jaar later, op 3 december 1900, viel ook Ch. Goedvriend de eer te beurt aan te treden in genoemd elftal. Hij speelde in Berlijn tegen Preussen (5-1 winst). Naast linksbuiten Goedvriend bestond de voorhoede in deze wedstrijd mede uit de oud-Vitessenaren Jhr. A.F. Meijer (inmiddels H.B.S.) en Willem Hesselink. Laatstgenoemde, namens het Haagse H.V.V. driemaal uitkomend in het bondselftal, werd vijf jaar later Vitesses eerste officiële international.

De voetbalbond keurde voor 30 april 1905 de eerste echte landenwedstrijd goed. In Antwerpen wonnen de Hollanders, na verlenging en met vier doelpunten van Eddy De Neve (Velocitas Breda), met 4-1 van onze zuiderburen. Bij de 'return' die veertien dagen later in Rotterdam werd gespeeld mocht Willem Hesselink namens Vitesse opdraven. Hij opende in de 74e minuut de score, waarna Holland binnen tien minuten (en wederom Eddy De Neve, nu twee keer) uitliep naar een 4-0 overwinning. Bij deze ene interland zou het voor Hesselink vreemdgenoeg blijven.

Al op 12-jarige leeftijd trapte hij samen met zijn oudere broer Herman onder de naam 'Vitesse' een balletje op Klarenbeek. Dit clubje ging door de aanleg van een wielerbaan op deze speelplek ten gronde, maar werd onder dezelfde naam heropgericht op 14 mei 1892. Willem was toen één van de oprichters, en speelde vervolgens in het eerste elftal van 1892 tot 1915. In de jaren dat Willem zijn studie scheikunde volgde kwam hij tussentijds uit voor twee andere verenigingen. Tijdens zijn verblijf in Leiden was dit het legendarische H.V.V. (Den Haag). Toen hij zijn studie voortzette in de Duitse stad München speelde hij zijn wedstrijden bij de plaatselijke FC Bayern.

Naast speler was hij tevens trainer én voorzitter (tussen 1903 en 1906) van de Beierse club, die later zou uitgroeien tot een Europese topclub. Als voetballer was Hesselink bij de keepers vooral berucht om zijn enorm harde schoten. Hij kreeg hiervoor de alleszeggende bijnaam 'Het kanon'. Men schreef ondermeer: "De keeper, die 't waagde z'n knuist uit te steken naar 'n bal van Hesselink's voet komend, liep gevaar de lieftallige knak van een brekende pols tegelijkertijd waar te nemen. Zoo doodelijk was zijn schot." Eén doelman kwam hier letterlijk mee in aanraking; volgens een verhaal werd hem, tijdens een wedstrijd in Engeland, een schot van Hesselink fataal toen hij het leder op de borst probeerde op te vangen.

Dat Willem een échte sportman was blijkt wel uit het feit dat hij met zijn ploeggenoten van Vitesse eens Nederlands kampioen touwtrekken, hijzelf verspringkampioen van Nederland (beiden in augustus 1898) en Gelders kampioen hardlopen op de 1500 meter en tweede op de 100 meter werd! In de atletiek behaalde Vitesse overigens meerdere goede resultaten. Zo sprong ene Wim Lingbeek in augustus 1910 zelfs dertig centimeter verder dan Hesselink (6.40 meter) en brak hij het Nederlands record hoogverspringen met 1.72 meter hoog en 2.90 meter ver. Doordat dit onderdeel sindsdien uit de atletiek geschrapt werd, is Lingbeek nog steeds Nederlands recordhouder!

 
Terug naar Willem Hesselink, die ook nog de bijnaam 'de dokter' genoot, verwijzend naar zijn beroep als dokter in de chemie. Hij werd als scheikundige door het Ministerie van Justitie ondermeer betrokken in tal van moordzaken als dé expert op het gebied van bloedonderzoek, vingerafdrukken en schriftvergelijking. Voetbal was toen overigens een echte 'elitesport'; het wemelde in deze sport van de artsen, Jonkheren, ingenieurs en meesters in de rechten. Toch bleek Hesselink naast zijn maatschappelijke functie dus ook een zeer verdienstelijk en gewaardeerd voetballer. Hij speelde zowel bij Vitesse als in de vertegenwoordigende elftallen op verschillende posities. Hij was midvoor (spits), spil (spelverdeler) en zelfs back (verdediger) en bij de Arnhemmers tevens aanvoerder. Zijn laatste wedstrijd voor Vitesse speelde hij om het (verloren) landskampioenschap van 1915 tegen Sparta. Willem was toen 37 jaar, een unieke leeftijd voor een voetballer in die tijd! Tevens maakte hij zich tijdens zijn carrière als voetballer verdienstelijk voor de club als penningmeester en later als voorzitter (1917-1922). Voor dit alles werd hij benoemd als ere-lid. Op 89-jarige leeftijd maakte hij als enige nog leven zijnde oprichter het feest ten behoeve van het 75-jarig bestaan van de club mee (in 1967). Hij overleed zes jaar later.

Een ander markant figuur uit de historie van Vitesse is doelman Just Göbel. Hij bracht het tot maar liefst 22 interlands en is hiermee nog steeds Vitesses record-international.

In 1907 trad Just, als linkshalf, voor het eerst aan in het derde team van Vitesse. Binnen drie jaar stond hij bij het eerste onder de lat. Opvallend is dat hij een jaar eerder (toen hij in Arnhem dus nog bij de reserves speelde) al werd geselecteerd voor het Oost-Nederlands team. Aan deze wedstrijd heeft hij wellicht zijn latere interland-carrière te danken. Hij speelde namelijk zo goed dat bondscoach Edgar Chadwick tegen de "Nederlandsch Elftal Commissie" (belast met het selecteren van spelers voor het Nederlands Elftal) zei dat als de vaste nationale doelman Reinier Beeuwkes (D.F.C.) zou vertrekken "men Göbel maar eens in de gaten moest houden".

Toen Beeuwkes na in totaal negentien interlands inderdaad vertrok, hij vestigde zich zoals vele landgenoten in die tijd in Nederlands-Indië, bleek de commissie goed geluisterd te hebben en werd Göbel zijn opvolger. Hij debuteerde op 19 maart 1911 in Antwerpen met winst tegen België, 1-5. In de komende jaren zou Just zich opwerken tot de meest populaire international naast de legendarische Bok de Korver van Sparta. Hij behaalde met het Nederlands Elftal brons op de Olympische Spelen van Stockholm (1912) en bezorgde Holland de historische overwinning op de Engelse amateur(!) selectie van 24 maart 1913. Op deze dag leek Göbel op het Haagse Houtrust bijna niet te passeren en nam men zo wraak op de smadelijke nederlaag tegen deze amateurs van bijna zes jaar eerder, toen met maar liefst 12-2 verloren werd.

Door de tussenkomst van de Eerste wereldoorlog (1914-1918), toen er internationaal niet gevoetbald werd, reikte Just Göbel in totaal acht jaar naar 'slechts' 22 interlands. Eén interland heeft hij tussentijds moeten laten schieten voordat hij in april 1920 opgevolgd werd door Dick MacNeill van H.V.V. Men zal het sterke spel van Göbel zeker gemist hebben, velen zagen hem immers als de beste doelman die ons land ooit voortgebracht heeft. "Hij is een schitterende figuur in het doel. Het lange lichaam recht op, de oogen steeds gericht naar de plaats, waar het gevaar dreigt, heel zijn body in afwachting, elke spier klaar om terstond te functioneren, zoodra dat noodig is. En als dan het schot van den vijand komt, ondervindt die vijand, dat men alvorens gaten te schieten in het net van 'Vitesse', of in het net van Holland, dat men dan Göbel te passeeren heeft." (citaat uit: "De kampioens-courant ter gelegenheid van den wedstrijd Vitesse-Sparta", 27 april 1913). Buiten het Nederlands Elftal bracht hij ook in Arnhem succes met deelname aan de kampioenscompetities van 1913, 1914 en 1915 en de bekerfinale van 1912. Zelfs toen het met Vitesse wat minder ging (degradatie naar de tweede klasse in 1922) kon men een beroep doen op de inmiddels gestopte doelman, zijn eigenlijke beroep was huisarts, om de club het eerste-klasseschap terug te bezorgen. Dit lukte vervolgens binnen een seizoen. Om Vitesse ook weer een rol van betekenis te laten spelen in die eerste klasse werden voor de aanvang van het seizoen 1925/1926 ondermeer Jan de Natris (Ajax) en Gerrit Horsten (Willem II) gestrikt.

Beide spelers hadden inmiddels al enkele 'caps' op hun naam staan. De Natris bracht het bij Ajax (en een korte periode bij stadsgenoot De Spartaan) al tot 22 stuks. Als linksbuiten debuteerde hij met een doelpunt in een gewonnen wedstrijd tegen Denemarken (2-0 op 5 april 1920). Opvallend was het feit dat De Natris tweebenig was, iets unieks in die tijd. Zo kwam het voor dat hij namens zijn clubs als rechtsbuiten acteerde, maar in het Nederlands Elftal steevast op links stond. Hij was een zeer populaire voetballer die veelvuldig opkwam langs de lijn en met zijn geheime wapen, plotseling binnendoor komen en vervolgens met links scoren, opzien baarde. Helaas speelde het nogal wisselvallig tonen van zijn kunsten hem nog wel eens parten. In totaal zou deze grillige spits in de 22 interlands vóór zijn Vitesse periode tot vijf doelpunten komen. Zijn 23-ste en tevens laatste interland speelde hij namens Vitesse. Wederom volgde een overwinning op Denemarken (4-2 op 25 oktober 1925). De Natris heeft vervolgens nog enkele jaren in Arnhem gespeeld. Dit was natuurlijk goed te combineren met zijn dagelijkse werkzaamheden als "handelsreiziger in sanitaire voorzieningen" voor de firma Stokvis, die in Arnhem gevestigd was. Hij bleef in Amsterdam wonen, waar zijn vrouw een sigarenwinkel aan de Ceintuurbaan bestierde. De Natris maakte zo heel wat (trein)kilometers; voor zijn werk om klanten te bezoeken en bijna dagelijks dus het retourtje Amsterdam-Arnhem!

Gerrit Horsten, tevens van beroep vertegenwoordiger, vestigde zich na verloop van tijd wel in Arnhem. Ook hij breidde als Vitessenaar zijn interlandcarrière met een wedstrijd uit. In tegenstelling tot De Natris, enkele malen zijn ploeggenoot in het Nederlands Elftal, trok Horsten met zijn sterke spel bij Vitesse pas weer de aandacht van bondscoach Bob Glendenning. Hij maakte zijn debuut in Oranje tijdens de Olympische Spelen van Parijs in 1924. Deze spelen verliepen overigens teleurstellend voor het Nederlandse voetbal; voor het eerst in de Olympische historie viel men buiten de prijzen. Ruim drie jaar na zijn laatste interland als Willem II-speler (maart 1925) werd er weer een beroep op de verdediger gedaan. Toen werd op 2 december 1928 in Milaan nipt (3-2) van Italië verloren. Dit was een knappe prestatie gezien het feit dat het Nederlands Elftal maar liefst vier debutanten kende. Enkele van deze nieuwe gezichten gingen een glansrijke carrière tegemoet, waaronder de legendarische Beb Bakhuys (Z.A.C., deze goalgetter verhuisde in 1937 naar F.C. Metz in Frankrijk en werd daarmee Nederlands' eerste profvoetballer), keeper Leo Halle (Go Ahead, "De Leeuw van Deventer") en Gerard 'Puck' van Heel (Feijenoord, later gedurende meer dan veertig jaar record-international van ons land).

Horsten speelde, al spoedig als aanvoerder, vervolgens nog enkele seizoenen voor Vitesse. Wat hij waarschijnlijk niet heeft kunnen vermoeden is dat het nog eens een kwart eeuw zou duren voordat er weer een Vitessenaar in het Nederlands Elftal zou spelen.

 

Willem Frederik (Willem) Hesselink
geboren 8-2-1878
overleden 15-12-1973
1. 14 mei 1905 Nederland-België 4-0 (doelpunt)

 

Marius Just (Just) Göbel
geboren 21-11-1891
overleden 5-5-1984
1. 19 maart 1911 België-Nederland 1-5
2. 2 april 1911 Nederland-België 3-1
3. 17 april 1911 Nederland-Engeland (amateurs) 0-1
4. 10 maart 1912 België-Nederland 1-2
5. 16 maart 1912 Engeland (amateurs)-Nederland 4-0
6. 24 maart 1912 Nederland-Duitsland 5-5
7. 28 april 1912 Nederland-België 4-3
8. 29 juni 1912 Zweden-Nederland 3-4 n.v. (Olympische Spelen)
9. 30 juni 1912 Nederland-Oostenrijk 3-1 (Olympische Spelen)
10. 2 juli 1912 Nederland-Denemarken 1-4 (Olympische Spelen)
11. 4 juli 1912 Nederland-Finland 9-0 (Olympische Spelen)
12. 17 nov. 1912 Duitsland-Nederland 2-3
13. 9 maart 1913 België-Nederland 3-3
14. 24 maart 1913 Nederland-Engeland (amateurs) 2-1
15. 20 april 1913 Nederland-België 2-4
16. 15 nov. 1913 Engeland (amateurs)-Nederland 2-1
17. 15 maart 1914 België-Nederland 2-4
18. 5 april 1914 Nederland-Duitsland 4-4
19. 26 april 1914 Nederland-België 4-2
20. 9 juni 1919 Nederland-Zweden 3-1
21. 24 aug. 1919 Zweden-Nederland 4-1
22. 31 aug. 1919 Noorwegen-Nederland 1-1

 

 

Johannes Daniel (Jan) De Natris
geboren 13-11-1895
overleden 16-9-1972
(speelde 20 interlands voor Ajax, 2 voor De Spartaan; 5 doelpunten)

23. 25 okt. 1925 Nederland-Denemarken 4-2

 

Gerardus Antonius Maria (Gerrit) Horsten
geboren 16-4-1900
overleden 23-7-1961
(speelde 5 interlands voor Willem II)

6. 2 dec. 1928 Italië-Nederland 3-2


1894-1950 l 1951-2000 l 2001-2050


 


 

https://cleanmat.eu/nl https://cleanmat.eu/nl