Vitesse in de media
Jongbloed stapt na ruim vijftig jaar uit het betaalde voetbal 05/06/2010

Jan Jongbloed ( 69) stapt de­ze zomer na ruim vijftig jaar uit het betaalde voetbal. De oud-doelman over zijn twee­de loopbaan, die hem op de achtergrond hield.


Jan Jongbloed wordt steeds vriendelijker

Na 22 jaar neemt Jan Jongbloed afscheid van Vitesse. Noodgedwon­gen, omdat de Arnhem­se club zijn aflopende contract niet verlengt. „Ik was graag doorge­gaan en had nog van waarde kun­nen zijn”, zegt Jongbloed in zijn woning in de Amsterdamse wijk Slotermeer. „Theo Bos ( hoofdtrai­ner, red.) vond dat we niet comple­mentair zijn. Geen idee wat hij daarmee bedoelt. Is ook niet be­langrijk. Ik hoef de exacte reden ook niet te weten, want de situatie verandert toch niet.”

Vitesse is ‘een beetje mijn club ge­worden’, stelt Jongbloed, die in di­verse functies de opkomst en te­rugval in Arnhem meemaakte. De gewezen doelman heeft nooit de ambitie gehad weg te gaan (‘Ik ben niet zo’n wegloper’) of hoofd­trainer te worden.

„Ik ben niet iemand die voorop wil lopen”, legt hij uit. „Ik ben al­tijd aanvullend geweest en voel me lekkerder als ik met iemand kan samen werken. Daar ben ik heel sterk in. Ik zie hoe er gevoet­bald moet worden.”

Op zijn zeventiende keepte hij al in het betaalde voetbal. Hij hield het vol tot zijn 45e. „ Ik ben overal aanvoerder geweest, heb altijd na­mens de groep gesproken over pre­mies en dergelijke. Ik heb twee WK’s gespeeld, heb met DWS en FC Amsterdam in Europa ge­speeld.

De druk werd me op mijn 45e bij Go Ahead Eagles te veel.
Misschien heb ik daardoor toen een hartinfarct gehad. Ik wil die druk niet. Ik had het wel gehad met de verantwoordelijkheden die je hebt als hoofdtrainer. Dan moet je met de sponsor en zo praten.”

En, doelend op incidenten dit sei­zoen bij Vitesse: „Het zal me ge­beuren dat ik door supporters staande word gehouden. Dan ga ik vechten. Als mensen verlangen dat spelers hard werken, dan hebben ze gelijk. Maar ze kunnen niet ver­langen dat je wint. Je kunt een voetbalwedstrijd ook verliezen. En Vitesse zit in een situatie waarin het vaker zal verliezen dan win­nen.”

Jongbloed zegt het met de hem kenmerkende stelligheid. De vol­bloed Amsterdammer kan cynisch overkomen, maar intimi noemen hem een warme persoonlijkheid.
„Ik ben een echte Jongbloed. We willen altijd wat zeggen. Ik vind dat je nooit direct een oordeel moet vellen. Dat doe ik ook niet.
Veel mensen zeggen tegen me dat ik anders ben dan ze hadden ge­dacht. Ik ben goed opgevoed, ben nooit onbeleefd.”

Dan lachend: „Ik ben mezelf nog aan het verbeteren. Ik word een vriendelijker mens. In eerste in­stantie ben ik vijandig als het om voetbal gaat. Ik weet niet waarom.
Misschien omdat ik mijn hele le­ven al over voetbal word aange­sproken. Je bent altijd de voetbal­ler Jan Jongbloed. Dat stoort me wel eens. Ik ben ook wel eens ie­mand anders. Ik ben gek op mijn kinderen, ik ben een heel lieve opa. Ik ben best een aardige man. En heb geen vijanden. Koester te­gen niemand wrok.”

Voelt hij zich voldoende gewaar­deerd in de voetbalwereld? „Bij een hoop mensen bij Vitesse wel.
Zij weten dat ik belangrijk was in de tijd van Karel Aalbers. Als ik in Duitsland of Engeland had ge­speeld, dan was ik nu nog een su­perster geweest. In Nederland is het zo dat het lijkt of ze afgunstig zijn in plaats van trots.”

„Vanochtend liep ik op de markt, even een bakje aardbeien kopen.
De verkoper keek me aan. Bent u het echt? Dat gebeurt nog regelma­tig. Wekelijks. Dagelijks. Ik sta nu met een interview in HP De Tijd.Met foto. Dan word ik een maand lang wat vaker herkend. Zo van: leeft die ook nog?”

Hij is bijna zeventig. Heeft een hartoperatie ondergaan, enkele in­farcten gehad. „ En ik ben een paar keer gedotterd. Maar ik ben geluk­kig een heel optimistisch mens. Soms denk ik aan de dood, tien se­conden later is die gedachte weer weg. Dan zie ik de vreugde van het leven weer.”

Jongbloed is geen gelovig mens. „ Zeker niet na wat er gebeurd is met Eric”, wijst hij op het vroege overlijden van zijn zoon. Hij werd getroffen door de bliksem terwijl hij in het doel stond van DWS.„ Als er één moest blijven leven, dan was hij het wel. Hij was een geweldige jongen.”

Jongbloed is twee keer gescheiden, heeft het nodige meegemaakt. Of hij gelukkig is? „Ik ben wel een te­vreden mens. Gelukkig word ik van de kinderen en kleinkinderen. Daar kan geen voetbal tegenop. Ik heb een mooie carrière gehad. Ik vind voetbal leuk. Omgaan met mensen, een elftal kneden. Ik ben content met datgene wat ik ge­daan heb.” En zijn arbeid in het voetbal is nog niet voorbij. Waarschijnlijk gaat hij aan het werk bij Hellas Sport, een tweedeklasser uit Zaan­dam. „ Als assistent bij het eerste elftal, en ik ga kijken naar de jeugd. Zorgen dat de doorstroming naar het eerste elftal verbetert.”

Een leven zonder voetbal is on­denkbaar. „ Zelf stoppen, dat doe ik niet. Daarvoor vind ik het te in­teressant. Ik kan vissen, een bootje kopen. Ik zal de tijd wel doorko­men. Maar ik ga graag met spelers om, lach graag samen”, aldus Jong­bloed. „ Ik heb weinig nodig, ben rijk op mijn manier. Ik kan doen wat ik wil. Straks ga ik met mijn broer en schoonzus naar hun zoon. Vis eten en een wijntje drin­ken. Dan heb ik het wel weer naar mijn zin.”

‘In beide finales goed gekeept’

Jan Jongbloed speelde twee WK’s en verdedigde het doel van Oranje tijdens de twee verloren finales die Nederland speelde: in 1974 tegen West-Duitsland (2-1) en in 1978 te­gen Argentinië (3- 1 na verlenging). De doelpunten uit deze wedstrij­den worden nog geregeld getoond op televisie. Niet de reddingen van Jongbloed, de gemiste kansen van Johnny Rep of het falen van Oran­je’s vedettes Johan Cruijff en Wim van Hanegem.

„Ik weet dat ik goed heb gekeept in beide wedstrijden”, zegt Jong­bloed. Hij noemt het verliezen van twee WK-finales niet frustrerend. „Nee, helemaal niet. Ik heb ook nooit haat gehad tegen Duitsers. De spelers die toen in het veld ston­den, hadden geen enkele affiniteit met dat wat er in de oorlog is ge­beurd”, aldus Jongbloed. „Ik was apetrots dat ik in Oranje stond. Vond het heerlijk.”

Jongbloed was de eerste meevoet­ballende keeper in het internatio­nale voetbal. „ De enige”, corrigeert hij. „Welke keeper kan nou mee­voetballen?” Edwin van der Sar. „ Ja, dat vind ik een heel goede keeper. Hij heeft één nadeel ten op­zichte van mij. Ik was twee keer zo snel. Je ziet bijna geen keepers meer die durven mee te voetbal­len. Ze raken uitgestorven, omdat ze het niet meer leren. Niemand heeft me dat geleerd. Ik kon ook goed voetballen. Dat inzicht had ik op straat geleerd. Ik had het voor­deel dat ik pas op mijn twaalfde lid kon worden van een club. Ik moest zes jaar voetballen op straat, op een pleintje. Daar ontwikkelde je inzicht. Ik heb in mijn hele car­rière maar één keer een bal over me heen gehad omdat ik te ver voor mijn doel stond.”

Hij blijft niet vaak thuis voor een voetbalwedstrijd op televisie, maar Oranje gaat hij wel volgen op het WK. „Ik denk dat Oranje ver kan komen, maar ben bang voor ploe­gen die fysiek heel sterk zijn.”

Paspoort
Naam: Jan Jongbloed.
Geboren: 25 november 1940 te Amsterdam.
Clubs als speler: VVA ( amateurs), DWS, FC Amsterdam, Roda JC, Go Ahead Eagles.
Aantal competitiewedstrijden: 753 (waarvan 717 in de eredivisie, dat is nog steeds het recordaantal).
Aantal interlands: 24 (tussen 1962 en 1978).
Trainersloopbaan: assistent- trai­ner bij Go Ahead Eagles; daarna van 1988-1989 tot en met 2009-2010 werkzaam bij Vitesse in de functies van assistent- trainer, jeugdtrainer en interim-hoofdtrai­ner

Foto: Edelf


Bron: De Gelderlander Deel online:  
https://cleanmat.eu/nl https://cleanmat.eu/nl