1894-1950 l 1951-2000 l 2001-2050

Vitesse en de internationals 1951-2000

Het begin van de jaren vijftig was voor de Nederlandse voetballiefhebber een zware tijd. Het spelpeil van onze competities liep sterk achteruit. Dé grote oorzaak hiervan was dat de beste voetballers van ons land, gedwarsboomd door het verbod op professioneel voetbal in Nederland, voor het betaalde avontuur in het buitenland kozen. De eerste die als prof vertrok was Beb Bakhuys (in 1937 naar F.C. Metz, Frankrijk). Na de oorlog bezweken ook spelers als Faas Wilkes (Internazionale, Italië), Kees Rijvers (St. Etienne), Cor van der Hart (Lille), Bram Appel (Stade de Reims), Arie de Vroet (Rouen), Bertus de Harder (Bordeaux), Theo Timmermans (NÎmes, allen Frankrijk) en keeper Frans de Munck (1.FC Köln, Duitsland) voor de lucratieve contracten aldaar. De K.N.V.B. plaatste deze profs op de beruchte "zwarte lijst", waardoor zij niet meer voor de selectie van het Nederlands Elftal in aanmerking kwamen. Toen zelfs ook spelers van de tweede garnituur naar het buitenland vertrokken bleven de gevolgen voor ons nationale team dan ook niet uit. Langzamerhand zakte Oranje af naar het nivo waar het nog geeneens van de B en C-landen (zoals Finland en Zwitserland) kon winnen. Juist in deze periode werden twee verdedigers van Vitesse geselecteerd.

Linksback Jacques Alberts werd in 1947 uitverkoren voor Oranjes trainingsploeg, het zogenaamde 'Zwaluwen elftal'. Met dit team, bestaande uit verschillende kandidaat internationals, speelde hij vele testwedstrijden. Een jaar later al ging hij met het A-elftal mee naar de Olympische Spelen van Londen. Nederland werd, ondermeer nog met 'Het Gouden Binnentrio' Lenstra-Wilkes-Rijvers in de gelederen, van te voren als een serieuze medaille-kandidaat gezien. Echter werd het elftal al in de tweede wedstrijd uitgeschakeld door de amateurploeg van gastland Groot-Brittannië. Aan voetballen kwam Alberts voorlopig nog niet toe. Gedurende de volgende spelen, die van 1952 in Helsinki, speelde hij inmiddels wel in het Oranje-shirt. In de voorbereiding op deze spelen pakte hij zijn kans toen routinier Henk Schijvenaar (E.D.O.) in een gedenkwaardige wedstrijd tegen België (einduitslag 6-7!) zijn been brak. Tijdens het debuut van Alberts in de eerstvolgende wedstrijd werd er in Antwerpen (toentertijd niet voor niets 'de Hel van Deurne' genaamd) wederom van de 'Rode Duivels' verloren (4-2). "Het was een uitermate zwaar debuut. Hij moest zich meten met één der beste vleugelspelers van Europa, Torke Lemberechts", aldus de Arnhemsche Courant. Ondanks een doelpunt van zijn direkte tegenstander liet de verslaggever tevens weten dat Alberts "het dragen van de Oranje-trui waardig is".

Na nog een kleurloze wedstrijd tegen Zweden (0-0), waarin Alberts wederom "bevredigend" speelde, verliep de trip om Olympisch goud vervolgens teleurstellend. Al gelijk werd er fiks verloren van Brazilië. Vooral in deze wedstrijd kwamen de tekortkomingen schrijnend aan het licht. Na een snelle voorsprong werd men alsnog naar een 5-1 nederlaag getikt en kon men gelijk naar huis. Dit is overigens de laatste Olympische Spelen geweest waaraan tot nu toe een Nederlands voetbalelftal deelnam.

Sjaak Alberts speelde in het najaar van 1952 nog twee interlands; ook zijn tweede België-Nederland ging verloren (2-1) en tegen de Engelse amateurs werd verdienstelijk met 2-2 gelijkgespeeld. Al snel na zijn vijfde interland zette hij een punt achter zijn voetbalcarrière bij Vitesse. Hier maakte hij reeds op 16-jarige leeftijd (in 1942) zijn debuut in het eerste elftal. Oorspronkelijk was hij afkomstig van het Velpse Gelria. Eenmaal bij de junioren van Vitesse trok hij al snel de aandacht van de trainer en groeide hij uit tot een vaste kracht voor de Geel-Zwarten. Zijn degelijke spel bij Vitesse en zijn optredens in het Nederlands Elftal boden hem zelfs de mogelijkheid om ook de overstap naar het profvoetbal te maken. Zo was het Engelse Wolverhampton Wanderers enige tijd zeer geïnteresseerd, maar Alberts verkoos zijn maatschappelijke loopbaan boven het onzekere bestaan als profvoetballer. Of de toenmalig 27-jarige speler hiermee de plank missloeg is achteraf moeilijk te achterhalen. Feit is wel dat in Nederland steeds meer stemmen opgingen voor invoering van het (semi-) profvoetbal.


In 1952 werd door een aantal zakenmensen de Nederlandse Beroeps Voetbal Bond (N.B.V.B.) opgezet. Als technisch leider van deze organisatie trad korte tijd oud-(ondermeer Vitesse) international Jan de Natris naar voren. Al tijdens zijn actieve loopbaan (jaren '20) raakte hij zeer geïnteresseerd in het betaald voetbal. Zijn vele transfers toentertijd werden al eens onderzocht naar betalingen, maar hij liep nooit tegen de lamp. Nu was de tijd rijp om meer mensen 'warm' te maken voor betaald voetbal in ons land. Onverwachts werd men hierbij geholpen door een echte voetbalwedstrijd, georganiseerd door enkele Nederlandse profs in het buitenland ten bate van de slachtoffers van de watersnoodsramp van 1 februari 1953. In deze gedenkwaardige wedstrijd konden de profs eindelijk laten zien dat ze in het buitenland juist beter en sterker waren geworden: men versloeg in het Parijse 'Parc des Princes' het veel sterker geachte Franse nationale team met 2-1. Deze winst bleek grote gevolgen te hebben. Het publiek (en heel belangrijk, de pers) sloot "De Helden van Parijs" in de armen en de ogen van de immer kritische K.N.V.B.-bestuurders gingen langzaam open. Vooral het contrast met het officiële Nederlands Elftal dat zijn wedstrijd ten behoeve van het Rampenfonds verloor (2-1 tegen Denemarken) was voor 'Het Legioen' te groot. Toen ging alles snel: de beroepsbond bleek ineens tien profclubs te kunnen onderbrengen in een Naamloze Vennootschap en liet naast de reguliere (inmiddels uitgeholde) competitie in augustus 1954 een 'wilde' profcompetitie van start gaan. Na een gevecht van nog enkele maanden ging de K.N.V.B. uiteindelijk in november van dat jaar volledig overstag. De beide lopende competities werden afgebroken en al snel werd gestart met een geheel nieuwe profcompetitie. Intussen was het kwaad bij Vitesse toen al geschied. De club, die bleef geloven in de amateurstatus, raakte eind juni 1953 maar liefst zeven spelers kwijt aan de nieuw opgerichte 'Beroepsvoetbal-organisatie De Graafschap'. Van het Arnhemse elftal, nog kampioen van de le klasse in het seizoen daarvoor (1952/1953), bleef zo weinig over. Eén van de spelers die naar Doetinchem vertrok was Wim Hendriks, eerder naast Sjaak Alberts de tweede Arnhemse international uit de jaren vijftig.

Net als Alberts maakte ook Wim Hendriks zijn debuut in het Nederlands Elftal tijdens de voorbereiding op de Olympische Spelen van Helsinki in 1952. Zijn eerste wedstrijd was tegen Zweden waarin Hendriks als stopperspil de geblesseerde Rinus Terlouw (Sparta) kwam vervangen in de 64e minuut van de wedstrijd. Voor het eerst in de geschiedenis speelden twee Vitesse-spelers gezamenlijk in het Nederlands Elftal! Een ander heuglijk feit was de primeur van een direkte reportage van een Nederlandse voetbalwedstrijd op de televisie. Tienduizenden verdrongen zich in cafés, huiskamers en etalages voor een toestel. "Hoewel het doorlopend kijken naar de strijd op het scherm enige inspanningen kostte, konden de toeschouwers buiten het stadion duidelijk het spel volgen," schreef de Arnhemsche Courant de volgende dag. De reacties bij de televisie-kijkers liepen duidelijk uiteen: "... de één was vol lof, anderen klaagden over hoofdpijn". Ondanks het uitvallen van de geluidszender van de Nederlandse Televisiestichting was er echter algemeen waardering voor de kwaliteit van de uitzending.

Vervolgens gingen de ploeggenoten samen naar de Spelen, waarvoor Nederlands, enige beschikbare sterspeler Abe Lenstra (Heerenveen) werd thuisgelaten. Zoals eerder beschreven volgde een pijnlijke afgang in Finland. Hendriks bleef tweede keus achter Terlouw, maar mocht later nog wel twee interlands achter zijn naam schrijven die beiden verloren gingen (in september 1952 Denemarken-Nederland 3-2 en in maart 1953 Nederland-Zwitserland 1-2).


Weer zou het vele tientallen jaren duren voordat de lijst met Vitesse-internationals uitgebreid zou worden. Het was het wachten overigens meer dan waard toen op 20 december 1989 maarliefst drie van onze spelers hun debuut maakten! De totale Arnhemse rechterkant met Edward Sturing, Martin Laamers en Bart Latuheru maakte in dit eerste jaar na de promotie furore in de eredivisie en werd voor een jubileum-wedstrijd tegen Brazilië (100 jaar K.N.V.B.) door bondscoach Thijs Libregts bij de selectie gevoegd. Ook zij konden het Nederlands Elftal, dat zich door een 3-0 overwinning op Finland een maand eerder gekwalificeerd had voor het W.K.-voetbal in Italië, niet tot grootse daden inspireren: er werd met 1-0 verloren. Sturing en Latuheru speelden de gehele wedstrijd terwijl Laamers na de rust Ronald Koeman verving.

Er volgde een oefenstage richting W.K.'90 waarbij vooral Sturing, zojuist gekozen als 'Voetballer van het jaar', mocht blijven hopen op een plaats bij de 22 spelers tellende selectie voor dat eindtoernooi. Hij speelde mee in vriendschappelijke wedstrijden tegen Italië (na rust ingevallen voor Frank Rijkaard) en de Sovjetunie. Vervolgens nam hij deel aan de eerste voorbereidingsperiode in Zeist waarvoor 27 spelers uitgenodigd waren. Toen vlak voor het W.K. Leo Beenhakker(!) bondscoach Thijs Libregts kwam vervangen viel Edward alsnog af omdat de interim-coach én de Ajax-spelers eensgezind voor Danny Blind achter eerste keus Berry van Aerle (P.S.V.) kozen.

Van het eerder genoemde drietal Arnhemse debutanten speelde Martin Laamers, al vanaf zijn zestiende spelend in vertegenwoordigende elftallen waaronder Jong Oranje en het Olympisch elftal, ook nog zijn tweede A-interland. Hij verving negen minuten voor tijd John van 't Schip in de (verloren) oefenwedstrijd tegen de Sovjetunie. Alle lofuitingen ten spijt, vooral bondscoach Libregts liet weten in Laamers een vaste waarde voor de toekomst te zien na zijn bevredigende debuut tegen Brazilië, keerde ook hij niet meer terug in het Oranje-shirt.

Toch zijn in de jaren '90 voorlopig de meeste Vitesse-internationals te bewonderen geweest. Op weg naar het E.K. van 1992 in Zweden, waar Oranje zijn Europese titel zou kwijtraken aan Denemarken, werd John van den Brom geselecteerd tegen Griekenland en mocht hij een maand later daadwerkelijk debuteren in en tegen Malta. Hij verving ruim twintig minuten voor tijd Ruud Gullit en kon zo nog meedelen in de monsterscore die daar behaald werd (8-0). Voor Finland-uit (juni 1991) viel hem op het laatste moment ook nog een selectie ten deel, maar zijn tweede en laatste interland speelde hij bijna twee jaar later tegen San Marino. Wederom viel er een hoge score te noteren, 6-0. Van den Brom scoorde, vlak voor zijn vertrek naar Ajax, al na drie minuten het eerste doelpunt in deze kwalificatie-wedstrijd voor het W.K.'94.

Een clubgenoot die nog kans maakte om dat W.K. in Amerika mee te maken was topscorer Hans Gillhaus. Dat zou dan zijn tweede Wereldkampioenschap zijn geweest, hij was er vier jaar eerder in Italië ook al bij. Zijn interland-debuut maakte hij als voetballer van P.S.V. in de beruchte wedstrijd met het bomincident tegen Cyprus (oktober 1987). Na enkele goede jaren in Eindhoven viel hij toch al snel buiten het elftal dat kon beschikken over spitsen als Van Basten, Gullit, Kieft, Bosman en Bergkamp. Na een buitenlands avontuur (ruim twee seizoenen Aberdeen in Schotland) pakte de Brabander bij Vitesse de draad weer op. Dit werd beloond met zijn 8e (Tunesië) en 9e (Schotland) interland in de oefenstage naar Amerika. Mede door de tegenvallende prestaties van Vitesse in het tweede deel van de vorige competitie ging Gillhaus uiteindelijk toch niet mee naar de States.

Een andere aanvaller, Glenn Helder, debuteerde als Vitessenaar in Oranje. Zijn naam werd al voor het genoemde W.K.'94 met het Nederlands Elftal in verband gebracht, maar bondscoach Dick Advocaat durfde geen experimenten aan. Zijn opvolger Guus Hiddink deed dat wel en liet Helder in januari 1995 te Utrecht tegen Frankrijk (0-1) debuteren. Niet veel later werd hij, mede door zijn status als international, verkocht aan het Engelse Arsenal. Namens 'The Gunners' speelde hij vervolgens nog meerdere interlands op weg naar de E.K.'96 in... Engeland. Onder Hiddink kwamen ook de Vitessenaren én vaste Jong-Oranje spelers Erwin van de Looi, Roy Makaay en Ferdy Vierklau in aanmerking voor een selectie. De twee eerstgenoemden werden geselecteerd voor de vriendschappelijke wedstrijd van 22 februari 1995 in Eindhoven tegen Portugal. Door de beruchte 'Ajax-boycot', waarmee de Ajax-spelers unaniem voor Oranje bedankten vanwege het zware en overvolle programma van hun club, kregen verschillende spelers een kans aan het grote werk te ruiken. Hier bleef het voor Van de Looi in ieder geval bij; hij zat de gehele wedstrijd op de bank en werd na deze, wederom met 1-0 verloren wedstrijd, nooit meer opgeroepen. De Arnhemse clubtopscoorder Roy Makaay maakte zijn werkelijke debuut pas na het Europees Kampioenschap. In een inmiddels nieuwe kwalificatiereeks, nu met als doel het W.K.'98 in Frankrijk, droeg hij voor het eerst het Oranje-shirt in en tegen Wales op 5 oktober 1996. Hij verving na de rust zeer verdienstelijk Jordi Cruijff en had zo een belangrijk aandeel in de 3-1 zege aldaar. Ook zijn clubgenoot Ferdy Vierklau debuteerde in Cardiff. Na een kleine twintig wedstrijden als speler van F.C. Utrecht in Jong Oranje kwam de bikkelharde verdediger na zijn overgang naar Vitesse gelijk in beeld bij het 'grote' Oranje. Op 31 augustus 1996 was hij nog reserve tijdens de oefen-interland tegen Brazilië (2-2 in de 'ArenA'), ruim een maand later volgde dus zijn debuut. Makaay en Vierklau speelden beiden hun tweede interland in en tegen Zuid-Afrika, op 4 juni 1997. Dit was gelijk hun laatste duel als Vitessenaar, een kleine maand later vertrokken zowel de aanvaller als verdediger voor een recordbedrag naar het Spaanse Tenerife.

Naarmate Vitesse zich steeds vaster in de (sub)top van het Nederlandse voetbal gevestigd heeft, leverde dit steeds meer internationals op. De laatste jaren van de vorige eeuw droegen Martijn Reuser, Marc van Hintum , Sander Westerveld en Pierre van Hooijdonk als Vitessenaar het Oranje-shirt.

Jacques Alberts
geboren 27-2-1926
overleden 8-7-1997
1. 6 april 1952 België-Nederland 4-2
2. 14 mei 1952 Nederland-Zweden 0-0
3. 16 juli 1952 Nederland-Brazilië 1-5 (Olympische Spelen)
4. 19 okt. 1952 België-Nederland 2-1
5. 15 nov. 1952 Engeland (amateurs)-Nederland 2-2

Wim Hendriks
geboren 19-4-1930
overleden 24-3-1975
1. 14 mei 1952 Nederland-Zweden 0-0
2. 21 sept. 1952 Denemarken-Nederland 3-2
3. 22 maart 1953 Nederland-Zwitserland 1-2

Bart Latuheru
geboren 8-11-1965
1. 20 dec. 1989 Nederland-Brazilië 0-1

Edward Sturing
geboren 13-6-1963
1. 20 dec. 1989 Nederland-Brazilië 0-1
2. 21 febr. 1990 Nederland-Italië 0-0
3. 28 maart 1990 Sovjetunie-Nederland 2-1

Martin Laamers
geboren 2-8-1967
1. 20 dec. 1989 Nederland-Brazilië 0-1
2. 28 maart 1990 Sovjetunie-Nederland 2-1

John van den Brom
geboren 4-10-1966
1. 19 dec. 1990 Malta-Nederland 0-8 (EK'92-kwalificatie)
2. 24 maart 1993 Nederland-San Marino 6-0 (WK'94-kwalificatie) (doelpunt)

Hans Gillhaus
geboren 5-11-1963
(speelde 2 interlands voor P.S.V., 5 voor Aberdeen (Scho); 2 doelpunten)

8. 19 jan. 1994 Tunesië-Nederland 2-2
9. 23 maart 1994 Schotland-Nederland 0-1

Glenn Helder
geboren 28-10-1968
1. 18 jan. 1995 Nederland-Frankrijk 0-1

Ferdy Vierklau
geboren 1-4-1973
1. 5 okt. 1996 Wales-Nederland 1-3
2. 4 jun. 1997 Zuid Afrika-Nederland 0-2

Roy Makaay
geboren 9-3-1975
1. 5 okt. 1996 Wales-Nederland 1-3
2. 4 jun. 1997 Zuid Afrika-Nederland 0-2

Martijn Reuser
geboren 24 maart 1972
1. 13 okt. 1998 Nederland-Ghana 0-0

Marc van Hintum
geboren 22 juni 1967
1. 18 nov. 1998 Duitsland-Nederland 1-1
2. 10 febr. 1999 Portugal-Nederland 1-1
3. 31 maart 1999 Nederland-Argentinië 1-1
4. 28 april 1999 Nederland-Marokko 1-2
5. 8 juni 1999 Brazilië-Nederland 3-1
6. 9 okt. 1999 Nederland-Brazilië 2-2
7. 13 nov. 1999 Nederland-Tsjechië 1-1
8. 28 febr. 2001 Nederland-Turkije 0-0

Sander Westerveld
geboren 23 oktober 1974
1. 8 juni 1999 Brazilië-Nederland 3-1

Pierre van Hooijdonk
geboren 29 november 1969
(speelde 1 interland voor NAC, 3 interlands voor Celtic (Scho.) en 12 voor Nottingham Forest (Eng); 7 doelpunten)

17. 4 sept. 1999 Nederland-België 5-5
18. 26 april 2000 Nederland-Schotland 0-0
19. 27 mei 2000 Nederland-Roemenië 2-1


1894-1950 l 1951-2000 l 2001-2050


www.vitesse.org