Tegenstander was het toen al roemruchte Sparta (Rotterdam), eerder landskampioen in 1909, 1911 en 1912. Ruim zesduizend Arnhemse toeschouwers kwamen naar het 'Sportterrein Klarenbeek' om de Spartanen te aanschouwen. Een naam uit dat team die ook nu nog tot de verbeelding spreekt is toenmalig Sparta-aanvoerder en record-international Bok de Korver. Op het moment van bovengenoemde wedstrijd had De Korver al maar liefst 30 officiële interlands achter zijn naam staan, waarvan 14 als aanvoerder.
Een andere voetbalheld en international uit die dagen was Huug de Groot. Deze aanvaller verwierf grote faam als 'Het Sparta-kanon'. Hij was het die zowel in Arnhem als de return in Rotterdam zijn team beiden keren op een 2-0 voorsprong bracht. Deze wedstrijden hadden verder ook een vrijwel identiek verloop; Harry Rodermond scoorde de Arnhemse aansluitingstreffer waarna Vitesse de beide wedstrijden domineerde. In Rotterdam moest Sparta écht alle zeilen bijzetten om Vitesse niet te laten scoren. Dit krampachtig verdedigen resulteerde na rust in een strafschop voor Vitesse. De teleurstelling was natuurlijk groot toen Sparta-doelman Van Driel de pegel van Vitessenaar Staal stopte.
Echter kregen de Arnhemmers vijf minuten later een herkansing toen er wederom een strafschop toegekend werd. Gesteund door maar liefst 1600 Arnhemse supporters die per trein en boot(!) naar Rotterdam waren getogen kwam doelman Just Göbel naar voren om het vonnis te voltrekken. Echter ook deze ervaren keeper, tevens regelmatig succesvol in het nemen van penalty's, kon zijn zenuwen niet in bedwang houden en schoot de bal naast... Na de twee gelukkige overwinningen constateerde de voorzitter van Sparta dan ook terecht dat zijn elftal voor de derde keer in successie de Nederlandse kampioen was geworden, "maar qua spel had Vitesse dit moeten zijn" voegde hij hieraan toe. Het kenmerkte dan ook de sportiviteit van de Spartanen dat zij ingingen op het voorstel van Vitesse een (officieuze) derde wedstrijd tegen elkaar te spelen. Deze wedstrijd, waarin Sparta meer te verliezen dan te winnen had, werd een week later in Arnhem gespeeld.
Leo Lauer, oud-Vitessenaar en op dat moment hoofdredacteur van het sportblad "De Revue der Sporten", stelde voor deze uitdagings-wedstrijd een beker beschikbaar. En u kunt het al raden; Vitesse won ruimschoots met 4-1! Hierbij moet echter vermeld worden dat een niet compleet Sparta, aangevuld met enkele spelers uit het tweede elftal, aantrad. Vitesse officieel geen kampioen dus, maar moreel gesterkt door het ogenschijnlijk steeds kleiner wordende verschil tussen west en oost begon men aan het nieuwe seizoen. En weer werden de geel-zwarten kampioen van het oosten en diende men zich voor de tweede achtereenvolgende keer aan in de strijd om het landskampioenschap.
Doordat in zuiden inmiddels ook een eerste voetbalklasse was opgezet speelde Vitesse niet alleen tegen de westelijke kampioen (H.V.V. uit Den Haag) maar ook tegen het Tilburgse Willem II. Zo ontstond een complete kampioenscompetitie, een opzet die tot de start van het betaald voetbal (in 1954) gehandhaafd werd. Om nu eindelijk eens de landstitel te bemachtigen stelde Vitesse voor de duur van deze competitie de Engelse oud-doelman Sutcliffe als trainer aan. Hem werd in het vooruitzicht gesteld dat als de recettes van de te spelen wedstrijden meevielen hij ook het volgend seizoen als trainer in Arnhem werkzaam zou zijn. Ook het elftal werd aangepast. De 36-jarige oud-international Willem Hesselink werd weer eens van stal gehaald om de voorhoede te versterken.
De eerste wedstrijd was de thuiswedstrijd tegen de grote favoriet H.V.V., niet voor niets genaamd 'de Grote Haagse'. Bij deze club vierde genoemde Hesselink vele jaren eerder nog grote successen, met ondermeer een landskampioenschap in 1900. En nu leverde juist hij met twee doelpunten een groot aandeel in een onverwachte Arnhemse zege! Een ontketend Vitesse nam al in de eerste helft een ruime 3-0 voorsprong en stelde daarmee de zege zo goed als veilig. Na rust volgde ook nog een vierde treffer waarna Tonny Kessler, telg uit de roemruchte Haagse voetbalfamilie, de eindstand op 4-1 bepaalde. Een geweldig resultaat dus, dat aantoonde dat Vitesse voor de westelijke kampioen niet bang hoefde te zijn!

Het elftal van Vitesse dat in 1914 op een minuut na kampioen van Nederland werd.... Staand v.l.n.r.: Geurt van Laar, onbekend, Job van Laar, Holtus, scheidsrechter, Staal, G&obel, Te Groen, Witteveen (geblesseerd). Zittend v.l.n.r.: Rinkes, rodermond, Wennekes, Willem Hesselink, Zewald. Foto: archief J.A. Reurink.)
Ook de wedstrijden tegen Willem II werden door de Arnhemmers gewonnen (uit met 3-1 en thuis met 1-0) zodat men er met drie gewonnen wedstrijden en het doelsaldo 8-2 prachtig voor stond. Echter had H.V.V. zijn doelcijfers tegen het tegenvallende Willem II dusdanig op weten te voeren (tot 14-5) dat een Haagse thuisoverwinning tegen Vitesse, hoe klein ook, de titel toch nog op basis van een beter doelgemiddelde naar de residentie zou brengen. Op zondag 31 mei 1914 stond deze alles beslissende wedstrijd op het H.V.V.-terrein aan de Wassenaarseweg op het programma. Wederom perfect keeperswerk van Just Göbel behoedde Vitesse voor een snelle achterstand. Na het Haagse openingsoffensief waren het zelfs de bezoekers die, wederom via routinier Willem Hesselink, nog voor rust op voorsprong kwamen.
Ondanks dat Kuntze na rust de gelijkmaker scoorde bleef Vitesse hardnekkig verdedigen en tot twee minuten voor het einde geloven in de titel. Op een betrekkelijk gelukkige wijze komt dan toch de 2-1 op het scorebord, waardoor Vitesse de titel alsnog mis loopt. "Als alle spelers in den linkerhoek van het veld worstelen om het bezit van het leer, springt een schot van de bovenlat naar de rechterhelft waar een ongedekt staand H.V.V.-er (De Serrière) dan geen moeite heeft Göbel ten tweede male te passeren", aldus de Arnhemsche Courant over dit noodlottig eind van deze wedstrijd.
Het enthousiaste Haagse publiek kwam massaal het veld opgestormd om de kampioenen te huldigen. Ondanks dat scheidsrechter Meerum Terwogt ook de laatste minuut nog liet verspelen was het hoogst haalbare, het kampioenschap van Nederland, wederom aan Vitesse voorbijgegaan. Vlak voor het einde van de beslissende wedstrijd en op doelgemiddelde nog wel... Enkele maanden na deze kampioenscompetitie brak de Eerste Wereldoorlog uit. Nederland mobiliseerde waardoor veel clubs, waaronder ook Vitesse, niet over zijn spelers kon beschikken. De voetbalbond besloot voor het seizoen 1914/1915 dan ook geen gewone competitie te laten verspelen maar een noodcompetitie op te zetten.

(Invaller-doelman Witteveen, van origine rechtsbuiten van Vitesse, in aktie tegen Sparta tijdens de beslissingswedstrijd om het officieuze kampioenschap van Nederland op 6 juni 1915. Foto: archief J.A. Reurink.)
Er werd gestreden in regionaal ingedeelde groepen waarin geen promotie- of degradatieregeling
van kracht was. De kampioen uit het oosten, wederom Vitesse, en het westen,
Sparta uit Rotterdam, speelden uiteindelijk wel tegen elkaar. De winnaar uit
deze tweestrijd kreeg echter dan niet het recht zich kampioen van Nederland
te noemen. De beide traditie-clubs speelden zodoende om het officieuze kampioenschap
van Nederland. Als eerste versloeg Vitesse in de thuiswedstrijd Sparta met 2-1.
De bezoekers waren nogal gehavend doordat zij Bok de Korver moesten missen.
De spil was gemobiliseerd en kreeg geen verlof voor deze wedstrijd. Dat hij
dé grote spelmaker van het Rotterdamse team was blijkt wel uit het feit
dat een week later in Rotterdam, toen De Korver er wel weer bij was, met maarliefst
4-1 van Vitesse werd gewonnen. Nu waren de Arnhemmers echter gehandicapt door
het ontbreken van de sterke back 'Padje' Holtus.
Hij werd al een lange tijd gehinderd door een knieblessure. Een andere Vitessenaar die met een soortgelijke kwetsuur al maanden niet in het geel-zwarte team kon uitkomen was doelman Just Göbel. Hij werd overigens verdienstelijk vervangen door Wim Witteveen, die van origine op de rechtsbuiten positie speelde. Ondanks dat zijn teamgenoten vele malen voor het doel van collega-doelman Van der Zee verschenen benutte Sparta de weinige kansen die zij kregen veel beter. Zo dwongen zij een beslissingswedstrijd op neutraal terrein af. Gekozen werd voor het nationale stadion 'Het Stadion' in Amsterdam. Onder slechte omstandigheden (een zeer slecht veld en een enorme hitte) bleek de Sparta-voorhoede weer veel scherper te staan dan die van Vitesse.
Ondanks het ontbreken van wederom De Korver en het vroegtijdig uitvallen van de aanvallers De Groot en Van der Meulen won Sparta met 3-0. Vitesse moest het doen zonder aanvoerder Staal die werd vervangen door "de nog immer jongen en tactisch spelenden veteraan" Willem Hesselink, op wie dus wéér een beroep werd gedaan. Tekenend voor de Arnhemse onkunde voorin was dat zelfs een toegekende penalty niet benut werd. En zo werd Sparta dus de terechte (officieuze) Nederlandse kampioen. Voor Vitesse betekende dit, vreemd genoeg gelijktijdig met het verlaten van het 'Sportterrein Klarenbeek' en de overgang naar 'Monnikenhuize', het einde van de vele voornamelijk succesvolle jaren met in totaal vijf keer deelname aan de kampioenscompetitie.
De Deventer club Go Ahead nam de Arnhemse hegemonie in het oosten over door na de drie laatste kampioensjaren van Vitesse liefst achtmaal achtereen de oostelijke eretitel te veroveren. Als eerste oostelijke club behaalde Go Ahead in 1917 de landstitel. En dan te bedenken dat juist Vitesse in de voorgaande jaren de meeste mogelijkheden had deze vermelding in de clubhistorie te kunnen bijschrijven!

