Vitesse driemaal bekerfinalist

Vitesse driemaal bekerfinalist

Vitesse is sinds haar oprichting (op 14 mei 1892) drie keer aangetreden in een finale om onze nationale voetbalbeker. Drie hoogtepunten dus voor onze club, ondanks dat geen enkele keer die beker ook daadwerkelijk in ontvangst mocht worden genomen.
Het bekertoernooi werd in het seizoen 1898/1899 officieel gestart. De hoofdprijs heette toen nog de N.V.B.-beker. Pas toen onze voetbalbond bij het 40-jarig bestaan (in 1929) het predikaat 'Koninklijk' kreeg toebedeeld ontstond de K.N.V.B., en dus ook de gelijknamige beker.

Vitesse haalde in 1912 voor het eerst de finale. Tegenstander was het sterke Haarlem, tien jaar eerder bekerwinnaar en in 1911 nog verliezend finalist. Toch waren de verwachtingen aan Arnhemse zijde hooggespannen; in de aanloop naar de finale werden ondermeer M.V.V. (3-0) en Go Ahead (1-0) uitgeschakeld, terwijl in de halve finale (gespeeld te Gouda) de sterke westelijke eerste klasser V.O.C. (Rotterdam) met 3-2 verslagen werd! (De voetbalcompetities waren toentertijd opgesplitst in verschillende regionen en klassen; de kampioenen van de westelijke en de oostelijke eerste klasse, hierin was Vitesse actief, speelden uiteindelijk om het algehele kampioenschap van Nederland)

Terug naar de finalewedstrijd om de N.V.B.-beker, die op eerste pinksterdag (26 mei) 1912 op het R.A.P.-terrein in Amsterdam afgewerkt werd. Volgens de krantenberichten uit die tijd moet het een eigenaardige wedstrijd zijn geweest. "We hebben de geelzwarten nog nooit zoo onhandig zien spelen", aldus de verslaggever van de Arnhemsche Courant. Bij het tegenvallende spel van zijn teamgenoten stak dat van de toen al legendarische doelman Just Göbel buitengewoon af. "Göbel heeft weer eens schitterend gewerkt, ondanks de hem hinderende zon. Dat stoppen van onzen international, dat kalm wegwerken, zijn plaats weer innemen en kalm tegen de goalpaal geleund het spel volgen alsof er niets gebeurde, geven vertrouwen in den Nederlandschen elftal-keeper" Göbel had op dat moment al zeven interlandwedstrijden op zijn naam staan en is met in totaal 22 interlands (bijna onafgebroken gespeeld tussen 1911 en 1919) nog steeds Vitesses record-international! Alleen kon hij het echter tegen een sterk spelend Haarlem niet bolwerken. De backs Van der Hout en Holtus hebben hem nog goed terzijde gestaan, maar de rest van het elftal speelde ver beneden peil.

Al snel in de wedstrijd mocht Haarlem een strafschop nemen nadat genoemde Holtus een tegendoelpunt probeerde te voorkomen door de bal met de hand weg te slaan. De penalty werd in eerste instantie verzilverd, maar moest worden overgenomen wegens een overtreding aan Haarlem kant. De tweede trap spatte echter op de bovenlat uiteen, zodat Vitesse goed wegkwam. Ondanks dat Göbel nog verschillende reddingen verrichtte kon hij niet voorkomen dat hij later toch door een hard schot (via de lat) van rechtsbinnen Houtkooper werd gepasseerd, 1-0. Na de rust besliste diezelfde speler via een solo actie de wedstrijd. Onder luide aanmoedigingen van het publiek lukte het Vitesse niet meer uit de greep van Haarlem te komen. Het was duidelijk dat Vitesse in deze finale minder gespeeld heeft dan men verwachtte. Wel werd het goede spel van Just Göbel na afloop door de Haarlem-captain gehuldigd! Dit moet hem zeker goed gedaan hebben met het oog op de Olympische Spelen van Stockholm, waar hij een maand later moest aantreden namens het Nederlands-elftal.  

Pas vijftien jaar later wist Vitesse opnieuw tot de finale door te dringen. Er was veel hoop in de Arnhemmers gesteld dat het de eerste oostelijke club zou zijn die met de beker aan de haal zou gaan. De geel-zwarten hadden na de verloren finale tegen Haarlem laten zien daar in competitieverband in ieder geval de sterkste te zijn. In de kampioens-competities van 1912/1913, 1913/1914 (nu ook met deelname van de kampioen zuidelijke eerste klasse) en 1914/1915 was het Vitesse helaas niet gelukt een landstitel te veroveren en verloor het blijkbaar de moed. Het ging enkele jaren wat minder, met als dieptepunt degradatie naar de tweede klasse in 1922. Men keerde echter na een seizoen alweer terug en besloot het deze keer goed aan te pakken.

Er werd bij aanvang van het seizoen 1924/1925 een nieuwe trainer (Robert William Jefferson, 'Jef') aangesteld en er kwamen verschillende versterkingen uit het westen, waaronder Mulder (Xerxes, Rotterdam), Tap (U.V.V., Utrecht) en de internationals De Natris (Ajax) en Horsten (Willem II). Dit leverde niet het gewenste resultaat in de competitie, maar wel in het bekervoetbal. In een zeer sterke serie, inmiddels in seizoen 1926/1927, werden Watergraafsmeer (9-2), L.F.C. (4-2 in Leiden), H.B.S. (3-0), Enschede (4-2 in Enschede) en tenslotte Stormvogels (3-2 in Utrecht) aan de zegekar gebonden. In de finale moest het Haagse V.U.C. (Voorwaarts-Utile Dulci Combinatie) ook nog eens naar (het oude) Monnikenhuize komen zodat alle kansen voor de thuisploeg leken.

Vooral vroeg in de wedstrijd werd deze favorietenrol al snel duidelijk gemaakt en zette linksbinnen Bochove de Hagenezen op een achterstand. De vliegende start van Vitesse kreeg echter geen vervolg in de tweede helft zodat V.U.C. de gelegenheid kreeg weer op gelijke hoogte te komen via Dill. Vitesse leek alles weer in eigen hand te krijgen toen men een penalty mocht nemen na een handsgeval van één van de backs van V.U.C. Tot ieders verbazing werd, in tegenstelling tot gewoonlijk, de strafschop niet genomen door aanvoerder Zeger Vaags maar liet hij het over aan routinier Jan de Natris. Het schot van deze grillige linksbuiten bleek echter te tam om enig succes te hebben... Vitesse kwam deze klap niet meer te boven; V.U.C. scoorde snel 1-2 (door Van Leersum) en een kwartier voor tijd besliste wederom Dill de wedstrijd. Ook nu speelde Vitesse beneden haar gewone vorm, uitgezonderd het eerste kwartier van de wedstrijd.

De laatste bekerfinale waarin Vitesse aantrad staat ons nog allemaal helder voor de geest. Nadat de club na vele jaren eerste-divisie voetbal eindelijk weer eens op het hoogste niveau uitkwam (promotie in 1989), zette de ploeg de prachtige resultaten in het eerste jaar eredivisie ook om in een goede reeks bekerwedstrijden. In de eerste ronde struikelde men in Amsterdam nog bijna over de amateurs van A.F.C. (2-2, Vitesse wint na strafschoppen), daarna denderde de trein op volle toeren over Haarlem (3-0 in Haarlem), F.C. Groningen (1-0), Roda J.C. (in Kerkrade werd het 2-2 en won Vitesse na de strafschoppenserie) en tenslotte Willem II (een seizoen eerder in de kwartfinale in Tilburg nog te sterk, deze keer werd het 3-0 in Arnhem). Het leek er zelfs ook op dat ook P.S.V., tegenstander in de finale en op dat moment in een grote vormcrisis, rijp was voor de slacht.

In de eerste helft van de finale, gespeeld in het Feijenoord-stadion ('De Kuip') te Rotterdam, de huidige vaste locatie voor de bekerfinale, wachtte Vitesse nog geduldig af. Pas na de pauze waren de Arnhemmers steeds meer op de vijandelijke helft te zien. Gesteund door circa 20.000 meegereisde supporters leken we op een ware sensatie af te gaan ! Totdat een kwartier voor het einde Roberto Straal in de fout ging en de bal verspeelde aan Flemming Povlsen, die daardoor recht op Raimond van der Gouw af kon gaan. De doelman haalde vervolgens de snelle Deen neer en natuurlijk liet gelegenheidsschutter Stan Valckx de toegekende buitenkans vanaf elf meter niet schieten (1-0)

Toen volgde toch nog een bizar einde aan de verder tamme wedstrijd. Terwijl scheidsrechter Uilenberg op het punt stond de wedstrijd af te fluiten eiste wederom Straal alle aandacht op toen hij in het Eindhovense strafschopgebied in de tang genomen werd door Kieft en Valckx: strafschop! Helaas bleek John van den Brom niet bestand tegen penalty-specialist Hans van Breukelen en miste in de slotseconde. Een gelijkmaker had naar alle waarschijnlijkheid de inleiding tot Arnhemse bekerwinst gegeven, de Eindhovenaren waren op dat moment rijp voor een totale knock-out. Wederom bezorgde Van Breukelen P.S.V. een prijs, ditmaal de derde achtereenvolgende K.N.V.B.-beker.

De laatste jaren is Vitesse helaas niet meer zo succesvol geweest in de bekercompetitie. In de seizoenen na de bekerfinale tegen P.S.V. volgde vele malen vroegtijdige uitschakeling. De laatste twee seizoenen was Vitesse dicht bij een vierde beker finale. Maar Roda JC'er Zafarin zorgde er met een onverwacht knal in de sudden death voor dat twee jaar geleden niet Vitesse maar Roda JC de finale bereikte. Vorig jaar bleek FC Twente beter in het nemen van strafschoppen waardoor de Tukkers konden doorstoten naar de finale tegen PSV die het uiteindelijk ook nog won. Echte 'Cup-fighters' zijn we dus ook zeker niet, maar dat kan altijd nog komen. Hopelijk komt er dan naast de drie aangehaalde finaleplaatsen eens een 'Amstel Cup' (zo wordt de beker met ingang van het seizoen 1994/1995 genoemd) in Arnhem terecht!

Statistieken

Haarlem-Vitesse 2-0, 26 mei 1912, Amsterdam (terrein R.A.P.).
1-0 Houtkooper, rust, 2-0 Houtkooper.
Haarlem: Scholten, Wilhelm, Koster, Bouwmeester, Healy, Wolf, Bakker, Houtkooper, Oostenbroek, Jur. Haak, A. Haak.

Vitesse: Göbel, Holtus, Van der Hout, Barends, J. van Laar, G. van Laar, Witkop, Witteveen, Staal, Sanders, Lingbeek.

Vitesse-V.U.C. 1-3, 19 juni 1927, Arnhem ('Monnikenhuize').
1-0 Bochove, rust, 1-1 Dill, 1-2 Van Leersum, 1-3 Dill.

Vitesse: Spanjaard, Horsten, De Boer, Tap, Hendriks, Vaags, De Natris, Bochove, Gresnich, Mulder, Gerritsen.

V.U.C. : Muezerie, Hendriks, Lelieveld, Van Leersum, Van der Wildt, Van Zalm, Van Gelder, Hendriks, Dill, Klein, Hermans.

P.S.V.-Vitesse 1-0, 25 april 1990, Rotterdam (Stadion 'Feijenoord').
1-0 Valckx (strafschop, 75').

34.000 toeschouwers.

P.S.V. : Van Breukelen, Gerets, Nielsen, Valckx, Heintze, Vanenburg, Boerebach, Lerby (85. Chovanec), Linskens, Povlsen, Kieft.

Vitesse: Van der Gouw, Sturing, Thijssen, Bos, Vermeulen, Laamers, Van den Brom, Straal, Eijer, Hilgers, Latuheru (70. Koolhof).

 


Eerstvolgende Wedstrijd

VITESSE - FC DORDRECHT
28-10-2014 om 20:45 uur
 

Zoeken

Vitesse