Johannes Daniel (Jan) de Natris

Jan de Natris

Jan de Natris was een vedette in het Nederlandse voetbal van de jaren '20. Toen de international zijn club Ajax verruilde voor Vitesse was dat dan ook een hele opschudding voor vele voetballiefhebbers. Hij deed dit overigens op een voor hem typerende wijze en met echte vedette-neigingen. Precies een dag voor de start van de competitie (seizoen 1924/1925) liet De Natris het Ajax-bestuur weten dat hij voor Vitesse ging spelen. In Arnhem voegde hij nog één interland aan zijn carrièrelijst (in totaal 23 interlands) toe, en in enkele jaren Geel-Zwart bereikte hij als hoogtepunt het spelen van een bekerfinale.

 

Tweebenig

'Jan' was geen rijkeluiszoon zoals je er al zoveel zag op de vaderlandse voetbalvelden, maar een 'gewone' Amsterdamse jongen die toevallig goed kon voetballen en via Swift en Blauw Wit in 1914 bij Ajax terecht kwam. Binnen enkele seizoenen wist de grillige aanvaller de aandacht te trekken van de keuzeheren van het Nederlands Elftal. Hij was namelijk tweebenig, iets unieks in die tijd, en kon zowel aan de linkerkant als de rechterkant goed uit de voeten. Zijn geheime wapen was het opkomen langs de lijn, plotseling binnendoor komen en vervolgens met links scoren.

Nederlands elftal

Al snel speelde hij voor het eerst in het Nederlands Elftal, waarvoor hij voornamelijk als linksbuiten geselecteerd werd. Op 5 april 1920 scoorde hij gelijk één van de doelpunten tegen Denemarken (2-0). Als Ajacied zou hij tot 20 interlands komen, tijdens een korte tussentijdse overstap naar stadsgenoot De Spartaan (één seizoen) speelde hij nog twee maal in het Oranje-shirt. In totaal maakte hij vijf doelpunten. Had De Natris zich echter wat bescheidener opgesteld tijdens enkele conflicten waarbij hij nadrukkelijk betrokken was dan had de Amsterdammer ongetwijfeld veel hoger gestaan op de lijst van record-internationals.

Conflicten

Het bekendste conflict was die tijdens de Olympische Spelen van 1920 in Antwerpen. Hij was één van de spelers die het krappe verblijf van de selectie op een schip in de Schelde aan de kaak stelde en een avond flink feest vierde in de Antwerpse binnenstad. De officials, die overigens wel in luxueuze onderkomens ondergebracht waren, accepteerden dit niet en stuurde de humeurige Jan de Natris en nog een andere speler naar huis. Een jaar later komt hij in opspraak vanwege uitspraken die zijn voorkeur laten blijken voor het spelen van betaald voetbal, wat toentertijd absoluut nog onbespreekbaar was.

Enkele malen werd er een onderzoek naar zijn amateurstatus ingesteld, maar nooit liep hij tegen de lamp. Of de speler ooit betaald is om voor, het overigens nog sjieke, Vitesse te komen spelen zal wel nooit bekend worden. Feit was wel dat de speler er blijkbaar nogal het één en ander voor over had. Wel kon hij het mooi combineren met zijn baan als vertegenwoordiger ("handelsreiziger") bij de Arnhemse firma Stokvis, die sanitaire voorzieningen aan de man bracht. Hij bleef in Amsterdam wonen, alwaar zijn vrouw aan de Ceintuurbaan een sigarenzaak beheerde, en reisde dus bijna dagelijks op en neer voor zowel zijn werk als het voetballen.

Vitesse

De grootste gloriejaren van Vitesse waren reeds voorbij, maar toch presteerde De Natris het zich via de Arnhemse club weer in het Nederlands Elftal te spelen. Als Vitessenaar kwam hij nog tot één interland, die net als zijn allereerste gespeeld werd tegen Denemarken (25 oktober 1925, 4-2 winst). Zijn totaal aantal interlands kwam hiermee op 23. Tijdens de jaren dat hij voor Vitesse uitkwam was de beste prestatie het behalen van de bekerfinale in 1927. Na een goede reeks wedstrijden tegen achter een volgens Watergraafsmeer (9-2), LFC (4-2 in Leiden), HBS (3-0), Enschede (4-2 in Enschede) en tenslotte Stormvogels (3-2 in Utrecht) werd op 19 juni van dat jaar de finale gespeeld tegen het Haagse VUC op het eigen Monnikenhuize.

Veel geluk bracht dit echter niet, want het duel werd met 3-1 verloren, ondanks dat de Arnhemmers vroeg in de wedstrijd een voorsprong hadden genomen. Op een cruciaal moment, bij een gelijke stand, miste routinier De Natris nog een penalty, die normaal gesproken genomen werd door aanvoerder Zeger Vaags. In de competitie keerde Vitesse, naast het aantrekken van De Natris werd met ingang van het seizoen 1924/1925 nog een andere international, Gerrit Horsten van Willem II, naar Arnhem gehaald, niet meer terug aan de top. Ook toen al waren alleen bekende namen niet genoeg voor het nodige succes... Na vier seizoenen Vitesse keerde Jan de Natris terug naar zijn vorige club Ajax.

Ondanks dat het bestuur van die club hem ten tijde van de plotselinge overstap naar Arnhem verzekerd had dat hij nooit meer een voet in 'De Meer' hoefde te zetten sloot hij hier in 1929 zijn merkwaardige voetbalcarrière af.

geboren 13 november 1895
overleden 16 september 1972 positie: linksbuiten (ook wel rechtsbuiten)

Club-carrière

De Natris kwam vlak voor de start van het seizoen 1924/1925 onder de nieuwe Engelse trainer Robert William Jefferson ('Jef') van Ajax naar Vitesse. Eerder speelde hij in zijn woonplaats Amsterdam voor Swift, Blauw Wit en De Spartaan. In de eerste klasse presteerde Vitesse niet buitengewoon. Het hoogtepunt in het Geel-Zwart was het behalen van de bekerfinale tijdens het seizoen 1926/1927. Op het oude Monnikenhuize werd op 19 juni 1927 met 1-3 van VUC (Den Haag) verloren. Aan het begin van het seizoen 1928/1929 keerde De Natris weer terug naar zijn oude club Ajax, alwaar hij na afloop van dat seizoen zijn carrière afsloot.

Interland-carrière

Speelde in totaal 23 interlands, waarin hij vijf doelpunten scoorde. Als Ajacied debuteerde hij op 5 april 1920 in een thuisduel tegen Denemarken (2-0). Hij speelde 20 interlands als speler van Ajax, twee als speler van De Spartaan en één als Vitessenaar, tevens zijn laatste: 23. 25 oktober 1925 Nederland-Denemarken 4-2

Eerstvolgende Wedstrijd

PEC ZWOLLE - VITESSE
24-08-2014 om 12:30 uur
 

Zoeken

Vitesse