Bosko Bursac
Bosco Bursac, was een van de populairste Vitesse-spelers in de jaren '70. Mede door zijn trefzekerheid promoveerde de club in 1977 voor de tweede keer in haar
bestaan naar de Eredivisie.: De Serviër kreeg een echt geel-zwart hart en is heden ten dage nog steeds actief voor onze club, als scout wel te verstaan.

 
De spits speelde het grootste gedeelte van zijn carrière in voormalig Joegoslavië voor FC Rijeka. In zes jaar dat hij daar voetbalde scoorde hij meer dan 80 doelpunten, waardoor hij nog steeds de clubtopscorer aller tijden is. De grote clubs van het land, Hajduk Split en Rode Ster Belgrado, wilden hem diverse malen inlijven, maar Bursac bleef lang trouw aan Rijeka. In eigen land verhuisde hij later nog wel naar FC Zagreb, voordat hij de overstap naar Vitesse maakte. Dit gebeurde op aandringen van Ned Bulatovic, de Joegoslavische trainer die op dat moment Vitesse onder zijn hoede had. Deze coach kreeg in Arnhem met een flinke uitgedunde spelersselectie te maken na het vertrek van spelers als Herman Veenendaal (met 23 doelpunten topscorer van de Eerste Divisie in het seizoen 1973/1974), Henk Vleeming en Ben Bosma en kreeg daar slechts wat onervaren jeugdspelers voor terug. En juist nu was het zo belangrijk goed te presteren omdat de Gemeente Arnhem aan het eind van het seizoen moest beslissen of zij, door middels van het verstrekken van een subsidie, het profvoetbal in Arnhem zou kunnen laten voortbestaan. Om die reden werd Bursac voorlopig ook slechts voor één jaar vastgelegd als semiprof. Het contract kon eventueel worden verlengd als Vitesse voor het betaalde voetbal bleef behouden! Naast zijn voetbalbestaan was Bursac technisch tekenaar van beroep en zou hij als zodanig voor halve dagen blijven werken.
 
In Arnhem paste hij zich enorm snel aan, mede geholpen door het feit dat hij in zijn eerste wedstrijden voor zijn nieuwe club telkens scoorde. Tijdens zijn debuut, op 15 september 1974 in de thuiswedstrijd tegen aartsrivaal NEC, scoorde hij gelijk het eerste (merkwaardige) doelpunt in het geel-zwart. Voor 12.000 enthousiaste toeschouwers sprong hij op een voorzet van Ben Hofs gelijktijdig met Ben Hulshof naar de bal. Er volgde een gezamenlijke kopbal, waarvan achteraf niet vast te stellen was wie uiteindelijk het laatste beslissende tikje gaf. Het openingsdoelpunt werd toen maar op de naam van nieuweling Bursac geschreven! Overigens eindigde de wedstrijd in een 3-3 gelijkspel doordat de Nijmegenaren in de laatste minuut nog een doelpunt maakten. Ook in de twee competitiewedstrijden die volgden, uit bij Willem II (1-3) en thuis tegen FC Groningen (maar liefst 6-2, weer scoorde Bursac met een prachtige kopbal), was de spits succesvol. Sinds zijn komst had Vitesse zichtbaar aan schotkracht gewonnen en ging de Arnhemse doelpuntenmachine weer draaien. De tweede periodetitel werd ten gunste van FC Groningen op een haar na gemist, gevolgd door een zwakke derde periode. De vierde titel werd echter met glans binnengehaald. De periodetitel werd in Heerenveen veiliggesteld na winst op de plaatselijke voetbaltrots (0-1). Bursac had met enkele winnende treffers een groot aandeel in het behalen van de nacompetitie, de tweede in successie voor Vitesse na de introductie van dit 'toetje' in 1973.
Inmiddels waren de Arnhemmers opgeklommen naar een derde plek op de ranglijst. Promotie leek echter niet haalbaar omdat NEC geen fout maakte en op een beter doelsaldo ten opzichte van FC Groningen de stap naar het hoogste plan maakte. De nacompetitie verliep helaas niet zoals gehoopt. Twee nederlagen tegen Eindhoven (uit 2-1 en thuis maarliefst 5-2) schakelde Vitesse uit in de extra promotiestrijd en bracht Eindhoven in de eredivisie.

Een seizoen later (1975/1976) was Vitesse wederom van de partij in de nacompetitie. Weer werd de vierde periodetitel behaald en was Bursac de beslissende factor. Op 16 mei 1975 scoorde hij in Venlo tegen FC VVV de winnende goal (1-2) Zo eindigde Vitesse in de periodestand achter Haarlem, dat door de Arnhemse winst inmiddels kampioen van de Eerste Divisie was geworden. Directe promotie leek dit keer wat verder weg, men eindigde als vijfde. De nacompetitie werd deze keer wél beter begonnen met 3-0 thuiswinst op Fortuna SC en een gelijkspel op 'De Berg' bij buurman FC Wageningen (1-1) Na een doelpuntloos treffen thuis tegen FC VVV namen de Limburgers de Arnhemse favorietenrol over na een 2-0 eindscore in stadion 'De Koel'. Deze gaven zij ook niet meer weg gezien het feit dat de Venlonaren promoveerden na winst bij FC Wageningen (1-2) Voor de derde achtereenvolgende keer greep Vitesse naast promotie via de nacompetitie. Iets veel mooiers zou volgen aan het eind van het seizoen 1976/1977. Op 22 mei 1977 had Vitesse aan een gelijkspel bij FC Groningen genoeg om directe promotie naar de Eredivisie veilig te stellen. Bijna 5.000 Arnhemmers reisden naar het 'Hoge Noorden' om de geel-zwarten te zien promoveren. Dit gebeurde na de belangrijke gelijkmaker (1-1) van de inmiddels teruggekeerde Herman Veenendaal, die hiermee zijn seizoenstotaal op 17 bracht. Clubtopscorer dat jaar werd overigens de andere spits, Bosco Bursac. Met 20 treffers eindigde hij op de tweede plek van de beste doelpuntenmakers uit de Eerste Divisie, achter Engbersen van Fortuna SC die er slechts twee meer maakte.

In de Eredivisie haalde Vitesse het eerste jaar een prima gedeelde achtste plek, daarna ging het alleen maar minder. In het seizoen 1978/1979 eindigde men nog met
 
moeite boven de beruchte streep (14e), een seizoen later zat het Eredivisieavontuur er helaas weer op na het behalen van de voorlaatste (17e) stek in de eindklassering. Met Bursac in de aanval, die in drie seizoenen Eredivisie in totaal 22 keer zou scoren, speelde Vitesse wel prachtige wedstrijden. In stadion Nieuw-Monnikenhuize kwamen topclubs als Ajax, AZ '67, Feyenoord en PSV keer op keer in de problemen. Vooral in het fatale seizoen 1979/1980 liet Vitesse het in de uitwedstrijden liggen. Overigens was de natuurlijk wat ouder geworden Bursac inmiddels uit de gratie geraakt bij trainer Henk Wullems en stond maandenlang buiten de ploeg. Hij revancheerde zich nog in de thuiswedstrijd tegen de directe concurrent voor degradatie, NAC, door na een lange tijd bankzitten zijn rentree te vieren met het belangrijke eerste doelpunt (eindstand 2-0). Toch kon dit niet voorkomen dat Vitesse degradeerde en dat Bosco Bursac na zes, grotendeels succesvolle, seizoenen in Arnhem stopte met profvoetbal.

Al vrij snel na zijn afscheid bij Vitesse keerde Bursac met zijn gezin terug naar Joegoslavië. Men ging weer wonen in Rijeka, de mooie stad aan zee waar de spits het vóór zijn Vitesse-periode zo naar zijn zin had. Hij pakte zijn oude beroep weer op en ging werken bij diverse architectenbureaus. Enige tijd had hij zelfs een eigen zaak. De burgeroorlog tussen Kroatië, waartoe Rijeka behoord, en Servië, waar Bursac en zijn vrouw oorspronkelijk vandaan kwamen, maakten een wreed einde aan het rustige leven van de ex-voetballer. Het gezin moest vluchten naar Servië en raakte zo al hun eigendommen kwijt. Doordat Bursac al die tijd nog goede contacten onderhouden had met enkele oude ploegmaten van Vitesse, onder meer Joop Heezen, Henk 'Charly' Bosveld en Herman Veenendaal, raakte men in Arnhem op de hoogte van de problemen die hun ex-collega had. Zij zorgden ervoor dat de familie Bursac naar Nederland kon terugkeren en regelden zelfs een ingerichte woning voor hen. Inmiddels weer gesetteld in Arnhem houdt de Serviër zich bezig met scoutingwerkzaamheden voor Vitesse, de club waarvoor hij veel gedaan heeft en die enorm belangrijk is geweest in het leven van Bosco Bursac en zijn familie.

Bosco Bursac
Geboren 22 augustus 1945
Positie: spits

Clubcarrière
Speelde in zijn eigen land voor FC Rijeka en FC Zagreb. Op 15 september 1974 debuteerde hij voor Vitesse. Hier beëindigde hij zijn profcarrière in 1980, toen Vitesse na een verblijf van drie seizoenen op het hoogste niveau weer degradeerde naar de Eerste Divisie.
https://cleanmat.eu/nl https://cleanmat.eu/nl